Zeg, Leven, ik wil je bedanken.

Je bent nu vijftig jaar bij me, Leven. Je hebt me sinds 6/6/66 veel gegeven. Veilige jeugd, twee studies, buitenland van Londen tot Tokyo, werk, alles.
Zeg Leven, ik wil je bedanken voor de verandering van ik naar wij.
Voor de man uit duizenden, miljoenen, voor de man, waar er maar 1 van is.
En Leven, ik wil je bedanken voor het geluk van kinderen. Daar heb zelfs ik geen woorden voor, Leven.
Leven, je bracht familie, dankjewel.
En Leven, je gaf ons vrienden, omdat je wel wist dat we, okey, vooral ik, van praten houd.
Zeg Leven, dat denkbeeldige contract van mij, laamaarzitten joh.
De eerste 2600 weken heb je me gegeven, waarvan al 1200 weken het “Wij” het “Ik” omarmt.

Je bent me het Leven wel, zeg.
Makkelijk maak je het niet, Leven.

Kom, we gaan verder, jij en ik, Leven. Op 6/6/66 begon deze hele onderneming en ik heb ‘t idee dat we nog wel wat te doen hebben.

Leave a Reply