Het moet wel een béétje op Leven lijken, hè.

Kijk, ik zit op boksen, parkinson boksen. Coach zegt vaak: “Komop jongens, het moet wel een béétje op boksen lijken, hè.” Dat is een ijzersterke tekst, alles zit erin: humor, uitdaging, realiteit. Want we weten allemaal best dat als je ergens rond je 50ste begint met boksen en je hebt parkinson, dat het dan niet altijd op boksen lijkt.

Kijk, ik zit op Leven. Parkinsonleven, verdrietleven, blijdschapleven, moederleven, samenleven. En ik denk soms: “Komop, het moet wel een béétje op Leven lijken, hè.” Want ik weet best, dat het niet zomaar vanzelf op Leven lijkt. Niet dat ik precies weet wat ik dan bedoel.

Je mag niet kapot gaan

Iemand zei een keer tegen me: je mag niet kapot gaan aan je eigen verdriet. Dat vond ik toen een vrij hopeloze uitspraak. Wat nou, niet kapot gaan aan mijn eigen verdriet over het verlies van ons kind? Stond mijn Leven soms los van haar Leven? Gek genoeg ploeter je door, want je moet wel. Maar je denkt intussen: “Halloooooo…het moet wel een beetje op Leven lijken hè, wat we hier aan het doen zijn.” Niet dat je precies weet wat je dan bedoelt.

Waar moet dat Leven dan op lijken?

Je bent je hele leven lang aan het bedenken, waar dat Leven dan op zou moeten lijken. Je doet vanalles, je ontmoet mensen, maakt vrienden, krijgt kinderen. Als er dan wéér iets ergs gebeurt, parkinson bijvoorbeeld, dan schreeuw je een tijdje moord en brand. Je Leven lijkt ineens helemáál niet meer op het vage beeld dat je ergens diep in je hart, je ziel of je hoofd had. Een paar jaar verder moet ik toegeven dat het ook wel weer meevalt, met dat moord en brand verhaal, maar dat wist ik toen nog niet. Zag toen alleen in uitvergrote vorm wat ik allemaal wel niet kwijt zou raken: gezondheid, toekomst, alles. Achteraf dus helemaal niet zo gek om bij de diagnose te denken: “Halloooo….het moet wel een beetje op Leven blijven lijken hè, wat we hier aan het doen zijn”. Niet dat ik toen precies wist wat ik dan bedoelde.

Wim Rozenberg fotografieBabypootjes

Ik denk dat iedereen weet waar het ongeveer op moet lijken, dat Leven. Iedereen hoort volgens mij een soort echo van lang, lang geleden. Misschien wel van voordat je je kleine babypootjes op aarde zette, bij wijze van spreken. Je wéét gewoon waar het op moet lijken, in ieder geval een béétje. Daarom schrik je zo bij alles wat dat beeld bedreigt.
Ik ken trouwens niet zoveel mensen, bij wie het Leven perfect lijkt op dat beeld van lang, lang geleden, van vóór die babypootjes. Ik ken wel veel mensen, die elke dag hun best doen om het een béétje op Leven te laten lijken. Meestal doen ze dat samen met andere mensen, maken ze herinneringen. Ik probeer dat ook. Want ik wil ook dat het wel een béétje op Leven lijkt. Wacht even. Niet een beetje! Veel, heel veel.

Zullen we anders maar gewoon gaan Leven?

Tegen de bokstrainer riep ik laatst ongeduldig: “Komop, zullen we maar gewoon gaan boksen?”. Al die instructies, ik wou gewoon boksen met m’n boksmaatjes. Beetje dollen, beetje sporten, hup. Zou je ook eens tegen jezelf moeten roepen: “Zullen we anders maar gewoon gaan Leven?”. Even geen instructies over hoe het moet met parkinson, verlies, werk, stress, griep of je badkamerlekkage of je belastingformulier. Kom, hup, je weet best wat ik bedoel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.