Ah I know some with Parkinson's too...

De Vuurmaker


Als je iemand mist, in een lockdown bijvoorbeeld, dan mis je hoe ze er uitziet, hoe ze klinkt, voelt, alles. Of hij, natuurlijk. Je mist haar grapjes, tranen, de manier waarop ze eet en loopt. Of die van hem, natuurlijk.

Als je haar (of hem natuurlijk) echt voor heel lang mist, of als je bang bent dat je haar voor nog langer dan ‘heel lang’ moet gaan missen, wat mis je dan eigenlijk? Waar ben je dan bang voor?

Als je een tijdje zonder haar (of hem natuurlijk) moet, dan moet je het een tijdje wat meer in je uppie doen. In ieder geval in dat stuk van je leven dat overlapt met haar (of zijn, natuurlijk) leven. 

Je moet toch verder’

Gek eigenlijk, zonder iemand ‘moeten’. Zit niet echt veel vrije keus bij. Je moet. Weet niet precies wát je dan moet. Of waarheen. Maar je Moet. Je moet het dus een tijdje of een tijd of een ‘altijd’ zonder haar doen. Of zonder hem natuurlijk. Nou, denk je dan, kom, ik moet toch verder, dus hup.

Hoeveel verder? Tot na de zoveelste lockdown? Tot ze weer beter is? Tot je weer samen mag spelen op dat stuk leven van haar dat met jouw leven overlapt? Als dat nog heel lang duurt, kan het daar weleens een beetje kouder worden, op dat stuk overlappend leven.  Want wie zorgt er voor het vuurtje dat vanzelf bleef branden toen je nog samen kon spelen? Hoe meer je samen speelde, hoe groter het vuurtje. Dat ging altijd vanzelf.

Zoom, de electrische deken

Als je een tijdje niet meer met haar, of met hem natuurlijk, kunt spelen, dan loopt je vuurtje gevaar. Brandstof gaat op. Kacheltje uit. Koud. Je loopt te rillen. En zoom is leuk, maar meer dan een electrische deken is het niet.

Ok. Ik snap het van dat vuurtje en alles.  Wat moet ik nu dan doen? 

De Vuurmaker

Nou, je moet in ieder geval niet op je handen gaan zitten, zegt de Vuurmaker.

Wacht even, beste Vuurmaker, kennen wij elkaar? Waar kom je vandaan? 

De Vuurmaker glimlacht. Ja, tuurlijk kennen we elkaar, ik ben Leven, weet je nog? Je hebt me weleens op het matje geroepen toen je vond dat ik me niet aan de afspraak hield. Jij dacht toen nog dat er zoiets als een Contract bestond met al jouw rechten op geluk, gezondheid en leven keurig op papier.

Oja, dat weet ik nog wel. Ik bleek geen contract te hebben. Ik had jou, Leven, en je nam me bij de hand. Ja, da’s waar ook, Vuurmaker.

Ze glimlacht, de Vuurmaker. Kom, ik heb genoeg vuur voor heel je leven. Maar je hebt m’n handleiding misschien nog niet helemaal uit? 

Handleiding? 

Nu schiet de Vuurmaker echt in de lach. Sorry dat ik het zeg, maar veel vrouwen, ok sómmige vrouwen, slaan de handleiding over. Geeft niks, vrouwen kunnen bijna alles zonder handleiding, maar die van mij is misschien wel even handig om door te lezen. En nee, youtube helpt niet.’

Ik krijg het een beetje warm. Wat staat er dan in je handleiding, Vuurmaker?

Ze is nu ernstig, de Vuurmaker. ‘Het vuur dat ik maak, brandt eeuwig. En eeuwig duurt duizend maal langer dan welke lockdown of welk gemis ook. Met de warmte van mijn vuur kun je een taart bakken.’

Een taart bakken?

Ze glimlacht, mijn Vuurmaker, maar ze meent het van die taart. Ze zag aan m’n neus dat ik iets Groots verwachtte, in ieder geval groter dan een taart. 

‘Nee joh, je hebt helemaal niet iets Groots nodig. Gebruik mij voor je alledaagse vuurtjes, via zoom, appjes, wandelingen en hey, wat dacht je van je telefoon, waar je meer naar kijkt dan naar luistert? Want jij mist haar, of hem natuurlijk, maar zij mist jou ook. En hij mist jou ook ja, heel goed.

‘Kom’, zegt de Vuurmaker, ‘ik ben eeuwig, ik kan wel wachten, maar jij niet. Maak een vuurtje. Weet je wat, ik maak nu eerst even een kampvuurtje voor je om bij te slapen. Je bent moe. Niet bang zijn, ik doof niet uit. Ik ben eeuwig, weet je nog? En als je wakker wordt, dan bak je die taart. Bananentaart ofzo. Bij wijze van spreken.’

Close Menu